Superman, Supertoscanen en de Heuvel van de Beer
 
Leven als Superman in Toscane
Als kind was ik verzot op Superman. De strips, de films, ik kreeg er niet genoeg van. Met een t-shirt met een grote S en mijn onderbroek vlotjes over mijn broek getrokken (wat een geluk dat er nog geen sprake was van Facebook), versloeg ik Lex Luthor en menig ander slechterik. Ja, het waren gouden tijden.
Fast forward. Een twintigtal jaren later bots ik op de “Supertoscanen”. Mijn hart sloeg sneller bij het horen van deze naam. Ik zag al flessen met een grote S erop en wijnmakers die met de snelheid van de wind oogsten en tussendoor nog eventjes een Italiaanse schone redden. Mijn eerste kennismaking met zo’n Supertoscaan was Sassicaia 1996 (jahaa, met een grote S).
Op slag en stoot was ik verloren voor de supermankracht van deze wijnen.
 
Met de Supertoscanen aan tafel
“Wat zijn nu eigenlijk die Supertoscanen?” hoor ik je al vragen. Ik leg het uit. Fast rewind. Jaren ’70, de wijnregio Toscane is op sterven na dood en geniet vooral bekendheid omwille van de fiascofles. Inderdaad die fles in een rieten mand waar uiterlijk belangrijker is dan inhoud. Fiasco, tja, what’s in a name?
Maar er broeit iets in Toscane...
Een groepje jonge wijnmakers is stevig onder de indruk van Grand Cru Classé Bordeaux. Een aantal besluit vanonder de eigen klokketoren weg te gaan en op avontuur te trekken richting Bordeaux. Wat ze daar zien, verandert hun wijnleven “totalmente”: geen grote foeders maar kleine eikenhouten vaten  codenaam barriques (225 liter)-, druivenrassen onbekend in Italië, zoals cabernet sauvignon, merlot en cabernet franc. Ze keren terug met barriques (vergeef
me de woordspeling) vol nieuwe ideeën en togen aan het werk: nieuwe druivelaars planten, zoals die cabernet sauvignon, barriques kopen en, hupsakee, experimenteren. De appellatiewetgeving was niet zo happig op al die experimenten. Zo waren cabernet sauvignon en co niet toegelaten wegens geen autochtone Italiaanse druivenrassen. Dat hield deze jonge wolven niet tegen en ze vonden een uitweg in “Vino da Tavola” (Tafelwijn). Hier hadden ze een eind meer vrijheid qua druivenras en gebruik van barriques. De notie Tafelwijn was weliswaar voorzien voor wijnen van mindere kwaliteit, maar dat waren hun pareltjes allerminst. Gevolg: die nieuwe Toscaanse wijnen vielen op zoals een platinablonde jongedame in Zuid-Italië! Flessen die toendertijd voor honderden oude Belgische franken (zo ergens tussen de 5 en de 15 euro) over de toonbanken gingen in die zee van tafelwijntjes die hoop en al enige tientallen franken (25 à 50 eurocent) kosten. Het was me wat! Het duurde niet lang of iemand kwam op de proppen met de wel zeer toepasselijke naam “Supertoscanen”. De rest is geschiedenis.Met deze Supertoscanen waaide een nieuwe wind door een vastgeroeste regio. Sassicaiaen Tignanello waren de boegbeelden van de veranderde tijden in Toscane en zijn nu heuse icoonwijnen. Ze waren de Superman van hun regio en in hun kielzog gebeurde er goeds in de regio, veel goeds. Nog steeds.
 
 
 
 
De Heuvel van de Beer
Fast forward. 2003. Georg Weber, een Duitse entrepreneur, broedt op een uit de kluiten gewassen plan: hij wil de Sassicaia van Capalbio maken. Capalbio is een dorpje in het zuiden van Toscane, in de streek Maremma. Een regio waar de heuvels glooien in het kwadraat en genieten van een adembenemend zeezicht. Georg Webers’ wijnverhaal begint een eind vroeger met, oh hemels toeval, een fles Grand Cru Classé Bordeaux. Die fles deed zijn zintuigen duizelen en plantte het zaadje ooit zelf een wijnmakerij uit de grond te stampen. Duizenden wijnen gingen over zijn lippen, schriftjes met proefnotities schreef hij vol, ettelijke plekken bezocht hij en verschillende wijnmakers overstelpte hij met vragen. Zijn drijfveer: op zoek gaan naar de ideale plek om Grand Cru Classé Bordeaux wijnen te maken. Californië was een tijdje een optie, maar hij wou toch een eindje dichter bij huis zijn.
Een paar wijnmakers lieten de naam Maremma vallen en zijn interesse was gewekt. Georg is echter geen man die over één nacht ijs gaat. Eerst liet hij een bodemanalyse doen en wat bleek: de resultaten waren verbluffend! Hier was een ondergrond die smeekte om topwijn te maken. Daarenboven was de zee om het hoekje met als gevolg een verfrissend microclimaat, en, als kers op de pudding, heerlijk zuid-zuidwestelijk gelegen heuvels. Tsjatsjing, Georg besefte maar al te zeer dat hij goud in handen had. In 2003 koopt hij 50 hectaren vlakbij het dorpje Capalbio. Een gebied gekend voor de vele everzwijnen en zo ontstaat de naam Monteverro, de Heuvel van de Beer, het mannelijk everzwijn. Deze entrepreneur weet van wanten en laat voor de aanleg van zijn wijngaarden en wijnmakerij niets aan het toeval over. Claude en Lydia Bourguignon laat hij overvliegen. Dit koppel is de absolute top inzake terroir en aanplant van wijngaarden. Michel Rolland, waarschijnlijk werelds’ meest invloedrijke consultant, is ook van de partij. De jonge wijnmaker Matthieu Taunay vult het rijtje aan. Kortom, een team van Supermannen! De druiven die hij aanplant: cabernet sauvignon, merlot, cabernet franc, petit verdot en
chardonnay. Alles staat in stelling om een nieuwe Supertoscaan uit de grond te stampen.
 
Het eerste oogstjaar: 2008
Fast forward. 2008, na vijf jaar geduldig afwachten, mag eindelijk de eerste oogst op fles. Dan is het enkel nog bang wachten op de commentaren van de internationale pers. Die zijn overweldigend positief. De wijnen van Monteverro vliegen met hun wapperende cape richting top! Ook 2009 en vatstalen van 2010 zijn ondertussen op een mexican wave van de internationale pers onthaald. Begin 2011 proef ik de eerste keer de wijnen van Monteverro, oogstjaar 2008. Ik was letterlijk van mijn sokken geblazen. Met open mond keek ik naar deze glazen. Een eerste oogst en zo’n kwaliteit. Dit was ongezien. Dit was ont-roe-rend lekker. Ja, ik ben een fan van het eerste uur, van al hun rode wijnen. Wijnen met een kasjmieren kwaliteit en een heerlijke frisheid. Wijnen waar elke slok je naar Toscane voert, waarbij je in de mond de frisheid van de zee ervaart. Bordeaux en Rhône blends met een Toscaanse twist.
Oh ja, ik verdenk Georg Weber er stilletjes van dat hij onder zijn feilloos gestreken hemd een t-shirt met een grote S draagt, toch zeker een grote M.